Voormalige beheerders Ysselsteyn

Na de Tweede Wereldoorlog begon Johannes Cornelis Boomer (*1894 – †1973) zijn werkzaamheden voor het Militair Gezag, waar hij werkte voor motortransport en de controle van rijvergunningen. Op 21 juni 1946 werd hij aangesteld bij de Dienst Berging en Identificatie, waar hij tot 3 april 1948 de rol van beheerder van de begraafplaats Ysselsteyn vervulde.

Het Overijsselsch dagblad schrijft op 10 oktober 1946 een stukje over de Duitse begraafplaats onder leiding van J.C Boomer. Hij heeft dan de beschikking over 65 Duitse krijgsgevangenen die verantwoordelijk zijn voor het graven van de eerste graven, ze staan onder toezicht van 63 Nederlandse bewakers. Ze graven hier de 3000 eerste graven voor hun gevallen collega’s die vanaf Margraten worden overgebracht naar Ysselsteyn. Het eerste graf was dat van Johann Siegel (A-1-1)

Na zijn dienst bij de begraafplaats werd hij ingedeeld bij het 3e Regiment Infanterie (3 R.I.), met een beschikking M.v.O. nr. 501, van 27 mei 1949. Op 14 juni 1950 ontving hij groot verlof met nummer 124669 van de Dienst Identificatie en Berging. Kort daarna, op 30 juni 1950, werd hij overgeplaatst naar het Regiment Stoottroepen als gevolg van een reorganisatie.

Op 1 oktober 1950 verzocht hij om eervol ontslag uit de militaire dienst. Dit ontslag werd verleend volgens de artikelen 36, sub 2, en 37 van de wet voor het reservepersoneel der landmacht van 1905, bij Koninklijk Besluit nr. 27, van 18 september 1950.

Broninfo en foto JC Boomer dankzij kleinzoon, Hans Boomer.


Lodewijk Timmermans

Lodewijk Johannes Timmermans, geboren op 4 april 1916 in Arcen en overleden op 28 februari 1995 in Nijmegen, was een Nederlandse militair en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. In mei 1940 diende hij als vrijwillig-dienstplichtige in het Nederlandse leger. Na de capitulatie en een korte periode van krijgsgevangenschap, ging hij met verlof en begon te werken bij de douane in Alphen, Noord-Brabant. Vanaf juli 1943 dook hij onder bij zijn zuster in Venray om te ontsnappen aan mogelijke krijgsgevangenschap en Arbeitseinsatz.

Na de bevrijding van Zuid-Nederland trad Timmermans op 27 november 1944 weer in militaire dienst via het Militair Gezag. Hij kreeg training in mijn- en munitieberging van Britse militairen en werd sectiecommandant bij de First Dutch Bomb Disposal Company. Op 15 maart 1945 werd hij tijdelijk reserve 2de luitenant, maar raakte op 23 maart 1945 gewond door een Duitse Shü-Mine tijdens mijnenopruimingswerk in Alphen.

Timmermans verloor deels het zicht in beide ogen en werd verzorgd in het 20ste Canadian General Hospital in Turnhout, waar hij bevorderd werd tot tweede luitenant. Daar ontwikkelde hij een vriendschap met een Duitse krijgsgevangene welke hem verzorgde. Dit was de reden waarom zijn mening over Duitsers veranderde. Deze band met een Duitse soldaat leidde tot tegenstand van zijn meerderen en vrienden, maar inspireerde Timmermans toewijding aan een Duitse militaire begraafplaats in Nederland. Hij heeft hier vele jaren het beheer gehad en alles in goede banen geleid.

In 1976 beëindigde Timmermans zijn militaire loopbaan als kapitein bij de Dienst Identificatie en Berging, waar hij de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn beheerde. Na zijn overlijden in 1995 werd zijn laatste wens vervuld door zijn as uit te strooien over de begraafplaats. Een zwerfkei met een inscriptie, links van de centrale herdenkingsplek herinnert aan zijn nalatenschap.

Ondanks vele inspanningen is de identiteit van de Duitse soldaat met wie Timmermans bevriend raakte nooit achterhaald.


Elk bericht is tot stand gekomen door gebruik te maken van diverse bronnen.


Gepubliceerd op: 22 juni 2024. Auteur: John van den Boogaart. Laatst gewijzigd op: 22 juni 2024.

Leestijd: 2 minuten

Plaats een reactie