Daders van het Scholtenhuis op Ysselsteyn

Op de Duitse begraafplaats Ysselsteyn vind je een aantal graven van de medewerkers van het Scholtenhuis. Van de meeste mannen is de geschiedenis vrij goed bekend en dit staat uitgebreid beschreven in de boeken van Monique Brinks- Het Scholtenhuis. Deze 3 delige boekenreeks beschrijft de gebeurtenissen op het Scholtenhuis en ook de daders die deze gruwelijkheden begaan hebben.
Van vele gesneuvelden op de Duitse begraafplaats Ysselsteyn is het lastig of soms niet te achterhalen of ze (fanatiek) nazi waren en/of misdrijven begaan hebben.  Van de hiernaast vermelde mannen is dit dus wel bekend. 

Ik heb reeds behoorlijk wat boeken gelezen over de oorlog en telkens wanneer je denkt dat je ongeveer wel de gruwelijkste manieren hebt gelezen over hoe een medemens om te brengen of te martelen voor informatie, ben ik toch weer verbaasd hoe inventief bepaalde mensen zijn. Ook in het Scholtenhuis hebben vele mensen gruwelijk geleden onder het sadisme van bepaalde lieden.

Ik behandel alle personen summier, als je meer wilt weten kan ik je zeker aanraden de boeken over het Scholtenhuis te kopen. Alle delen zijn de moeite waard en lezen makkelijk weg.
Er waren uiteraard veel meer SDers en ander medewerkers actief in het Scholtenhuis, deze liggen echter niet op Ysselsteyn en worden zodoende ook niet vermeld op deze pagina. 

  1. Artür Thomsen † 9-7-1945
  2. Walter Anders † 1-12-1944
  3. Georg Schwarting † 2-5-1943
  4. Ernst Knorr † 7-7-1945
  5. Josef Kindel † 5-8-1948
  6. Anne Jannes Elsinga † 31-12-1943
  7. Jannes Luitje Keijer † 22-4-1944

Artür Thomsen

Sicherheitspolizei Groningen. Bekend als de beul van Veluwezoom. Artür kwam pas net voor de bevrijding in het Scholtenhuis terecht. 
Toen de Canadezen in aantocht waren vluchtte Thomsen samen met tientallen Sdérs, grenswachten en politieagenten naar Schiermonnikoog. Na de bevrijding werden ze met een list naar het vaste land gehaald. Ze waren in de veronderstelling dat ze naar Duitsland mochten, maar ze kwamen in een Nederlandse gevangenis terecht. Een echte straf heeft Artür nooit gehad. Hij overleed onder verdachte omstandigheden in de gevangenis op 9 juli 1947, iets wat een aantal medewerkers van het Scholtenhuis gemeen hebben. Nu ligt hij langs zijn collega Ernst Knorr.

Walter Anders

Walter, een SSer sinds 1931 is maar een korte tijd in het Scholtenhuis geweest. Vanaf augustus 1944 kwam hij naast de toenmalige chef Haase te staan om orde op zaken te stellen in het Scholtenhuis. 1 van zijn taken was het toezien op de uitvoering van het Niedermachungsbefehl.  Dit bevel regelde dat iedereen die op heterdaad betrapt werd ter plekke doodgeschoten kon en moest worden. Geen rechtspraak meer waar je nog min of meer iets kon inbrengen tegen je straf. Walter kon zelf ook flink te keer gaan tijdens verhoren en liet dat dus niet enkel aan zijn ondergeschikten over. Een zwaar motorongeluk op 19 november 1944 wordt hem op 1 december fataal. Lees zijn uitgebreide verhaal in het boek van Monique Brinks. Deel-2 Daders. Blz-125 tot en met 137.

Georg Schwarting

Wordt nog aangevuld. Weinig over bekend.

Ernst Knorr

Ernst Knorr was lid van Sicherheitspolizei Groningen. In mei 1943 verhuisde Ernst van Den Haag (waar ze van hem af wilde) naar Groningen en komt terecht in het Scholtenhuis. Hij volgt hier George Schwarting op welke is omgekomen bij een ongeluk. Op referaat 4A bestrijdt hij links verzet zoals communisten al is dat tijdens zijn tijd in Groningen nog maar nauwelijks actief. Dat Ernst bekwaam is in “verscherpte verhoren” weten ze in Den Haag ook nog. In het Oranjehotel mishandelt hij gevangen met zijn gummiknuppel op beestachtige wijze die zelfs zijn collega’s verbazen. Naast het slaan met de knuppel vindt hij het blijkbaar interessant deze in de anus van gevangen te duwen en zo de ingewanden kapot te beuken. Op en top sadist.

In Groningen zet hij zijn harde lijn voort en mishandelt er ook hier vol op los. Als een gevangene die een behandeling van Ernst heeft ondergaan terug naar de gevangenis in Scheveningen gaat vragen ze zich daar af wat iemand bezielt om een gevangene zo te mishandelen. Meer dan een streng woordje krijgt Ernst echter niet als straf. Tegen het einde van de oorlog vluchten de mannen en vrouwen van het Scholtenhuis naar Schiermonnikoog waarbij ze denken hierna te kunnen oversteken naar Duitsland en zo hun straf ontlopen. Tevergeefs want ze worden allen gepakt en een aantal berecht. Ook Ernst ontkomt echter aan rechtsvervolging door vroegtijdig te overlijden in de gevangenis aleer hij zijn definitieve straf krijgt. De reden van zijn overlijden is nog altijd een vraagteken. Zelfmoord of werd ook hij hierbij geholpen….

Op zijn graf staat als rang Soldat al was hij Untersturmführer.

Josef Kindel

De Duitser Josef werkte direct onder Ernst Knorr. Als Unterscharführer bij de Sicherheitsdienst was hij betrokken bij vele acties, mishandelingen en moorden op oa verzetsmensen.
Hij was medeverantwoordelijk voor een aantal ‘verscherpte verhoren’ in het Scholtenhuis waarbij toegestaan was van hogerhand dat de slachtoffers zwaar mishandeld werden. Josef was zijn vrouw en kinderen verloren bij een geallieerd bombardement en zwoer wraak en nam hij op deze manier wraak op zijn slachtoffers. Hij liet regelmatig een herdershond genaamd Astrid los op gevangenen. Tussen het slaan door werden de gevangenen dus ook flink gebeten door een opgehitste hond. 

Na ruim 3 jaar gevangen gezeten te hebben is hij ook onder verdachte omstandigheden overleden in de gevangenis. 

Anne Jannes Elsinga


Elsinga, chef van de bijzondere recherche op het Scholtenhuis en lid van de NSB. Op oudjaarsdag 1943 schoot de student Reint Dijkema de 35-jarige Anne-Jannes dood. Binnen enkele uren kwam het codewoord ‘Silbertanne’ en werd er een lijst van 10 personen opgesteld die moesten worden doodgeschoten als vergelding. 3 joden en 7 als anti Duitse mannen stonden op de lijst van die dag. 

3 commando’s werden samengesteld voor de 10 mannen op de lijst. Onder leiding van bovenstaande Ernst Knorr stonden Josef Kindel en Helmuth Schäper. Het 2e commando bestond uit: Jan van Efferen (Germaanse SS), Cornelis Minck (Germaanse SS), Hendrik Jebbink (Germaanse SS), Hermannus Ates (Waffen SS). Het 3e commando bestond uit: Ariën Smit (Landwacht), Rudolf Grave (Marechaussee) en Frans van Vliet (Marechaussee). 
De slachtoffers die vielen naar directe aanleiding van de moord op Elsinga waren:

Reint Dijkema kon veilig wegkomen die dag maar kreeg een half jaar later op 4 juni 1944 een telefoontje dat de Duitsers met een actie bezig waren. Toen hij op weg was om andere verzetsstrijders te waarschuwen werd hij door politieagent aangehouden en onder dwang van een vuurwapen naar het Scholtenhuis gebracht. Driemaal trachtte hij te ontsnappen waarbij hij in zijn arm werd geschoten en die hierbij brak. Op het Scholtenhuis werd hij geboeid in een kamer geplaatst. Een aanwezige landwachter maakte een grove fout door zijn geweer op de tafel op de tafel te leggen. Want wat kan een geboeide gevangene met een gebroken arm nog doen? Hierbij kon Reint het wapen pakken en een schot lossen waarbij de Landwachter Ernst Oosterhuis zwaar gewond raakte en later in het ziekenhuis overleed. 

Reint werd afgevoerd naar kamp Vught en stond op de dodenlijst. Op 22 augustus 1944 is hij op de fusilladeplaats aldaar doodgeschoten. Zijn naam staat in het 12e paneel van links.


[Onderaan staat de naam vermeld van Reint. Hij stierf op 22 augustus voor het executiepeloton]

Tekstbron: Het Scholtenhuis deel 1 Monique Brinks
Foto’s: Eigen foto’s.


 

Jannes Luitje Keijer

Jannes was werkzaam bij de Bijzondere recherche in het Scholtenhuis. Voor de oorlog was hij al politieagent en tijdens de bezetting ging hij voor de Duitsers werken. Waar andere politieagenten met tegenzin hun werk uitvoerde voor de Duitsers ging Jannes voor de Sicherheitsdienst werken.
Op 1 december 1943 kreeg hij de rang opperluitenant (Of zoals op zijn steen staat: OberLeutnant). 4 weken later werd echter zijn chef door het verzet vermoord, Anne Jannes Elsinga. 
Ruim 4 maanden later op zaterdag 22 april was hijzelf aan de beurt. Zijn NSB-lijfwacht speelde een dubbelrol en was actief in het verzet. In april werd Jannes door het verzet geliquideerd omdat hij te gevaarlijk was geworden voor hen. 2 leden van de knokploeg schoten hem neer op het station van Bedum waarna hij later in het hospitaal overleed aan de verwondingen.

Het gevolg was een grote Silbertanne actie waar een dag later 2 vooraf geselecteerde mannen doodgeschoten die als anti-nazi bekend stonden.
3 andere geselecteerden werden beschoten maar overleefden de aanslag.
Hier bleef het echter niet bij want op de 25ste werd er een grote razzia gehouden waarbij 150 jonge mannen opgepakt werden. 4 hiervan werden ter plekke doodgeschoten, 8 werden meteen weer vrijgelaten en de rest werd naar kamp Amersfoort getransporteerd. Vanuit daar gingen ze naar diverse kampen in Duitsland. 21 mannen overleefden de oorlog niet.

Opmerkingen: Er zijn maar weinig bronnen diezelfde getallen gebruiken. 140 tot 150 jonge mannen. 21/22/23 mannen kwamen niet terug van de kampen.

Gebruikte bronnen:

  • Website het Scholtenhuis
  • Boek: Het scholtenhuis-Daden door Monique Brinks
  • Boek: Het Scholtenhuis-Daders door Monique Brinks